Daan de Wolf
Casus
Twee eigenaren van een pand dienen een aanvraag om tegemoetkoming in planschade in gebaseerd op de waardevermindering van hun pand als gevolg van de inwerkingtreding van een bestemmingsplan. Deze aanvraag wordt door de gemeente afgewezen. In het kader van de aanvraag van de eigenaren had de gemeente een adviseur ingeschakeld. Voorgenoemde adviseur bracht een conceptadvies uit, waarin een waardevermindering was geconstateerd. De gemeente won vervolgens contra-expertise in bij een andere adviseur. De tweede adviseur kwam tot de conclusie dat er geen waardevermindering optrad als gevolg van het bestemmingsplan. De gemeente heeft haar afwijzing gebaseerd op de contra-expertise van de tweede adviseur.
Overwegingen
De rechtbank overweegt dat een bestuursorgaan in beginsel mag afwijken van het advies van een deskundige, mits dit deugdelijk gemotiveerd wordt. Echter oordeelt de rechtbank dat hiervan in dit geval geen sprake is. De second opinion van de tweede deskundige biedt in dit geval volgens de rechtbank onvoldoende aanknopingspunten om niet uit te gaan van het eerste advies.
Zo heeft de tweede adviseur onvoldoende rekening gehouden met de verlaging van de toegestane bouwhoogte op het perceel van de eisers. Daarnaast is de gebruiksfunctie van de percelen binnen het plangebied gewijzigd van ‘Kantoor’, naar ‘Bedrijf’. Dit kan consequenties hebben voor de mate van hinder van de bedrijvigheid en de situeringswaarde in de omgeving, welke onvoldoende is meegewogen door de tweede adviseur volgens de rechtbank.
Conclusie
Het beroep van de eisers is gegrond. Het bestuursorgaan heeft in dit geval onvoldoende deugdelijk gemotiveerd waarom het van het eerste advies is afgeweken aangezien de second opinion onvoldoende aanknopingspunten heeft om af te wijken van het eerste advies.