Daan de Wolf
Casus
Een gemeente heeft een verkeersbesluit genomen inhoudende de geslotenverklaring van een weg voor zwaar vrachtverkeer met de uitzondering voor ‘aantoonbaar bestemmingsverkeer’.
In een tussenuitspraak had de rechtbank geoordeeld dat de gemeente bij haar besluit onvoldoende deugdelijk onderzoek heeft gedaan naar de (financiële) belangen bij dit besluit. De gemeente is daarom door de rechtbank in de gelegenheid gesteld dit gebrek te herstellen.
De gemeente heeft met een aanvullende motivering gereageerd op de tussenuitspraak. Zij heeft hierbij een adviseur ingeschakeld die een rapport heeft opgesteld.
Overwegingen
De adviseur concludeert dat voor twee van de drie bedrijven de theoretisch berekende omrijdkosten ruimschoots onder de laagste ingangsdrempel van 4% blijven, zoals vastgelegd in de ‘Handleiding nadeelcompensatie bij infrastructurele maatregelen’. De adviseur betoogt dus dat ten aanzien van deze twee bedrijven de schade het normaal maatschappelijk risico niet overstijgt. Op basis van het rapport van de adviseur heeft de gemeente het bestreden besluit gehandhaafd onder aanvulling van de motivering. De rechtbank oordeelt hierover dat de aanvullende motivering voldoende is om aan te nemen dat het besluit van de gemeente gehandhaafd kan worden. De gemeente heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de schade voor de bedrijven het normaal maatschappelijk risico niet overstijgt.
Vervolgens wordt er door de rechtbank ingegaan op de vergoeding van de proceskosten. De eisers hadden namelijk ook een rapport laten opstellen na de tussenuitspraak. De gemeente stelt dat het inschakelen van een adviseur naar aanleiding van de tussenuitspraak niet redelijk is, dan wel dat de kosten voor het opstellen van het rapport niet redelijk zijn. De rechtbank is het oneens met de gemeente. Zij acht het redelijk dat de eisers een rapport hebben laten opstellen met een onderzoek naar het financieel nadeel voor de eisers. De rechtbank acht hierbij van belang dat in de tussenuitspraak werd geoordeeld dat de gemeente dit onderzoek niet had gedaan.
Conclusie
De gemeente heeft met een aanvullend rapport voldoende gemotiveerd om het bestreden besluit in stand te laten. Ten aanzien van de vergoeding van de proceskosten van de eiser wordt de gemeente veroordeeld om tevens het opstellen van een rapport door een adviseur hierbij te betrekken, doordat de gemeente in de tussenuitspraak onvoldoende onderzoek had gedaan naar het financieel nadeel voor de eisers.